Niet aangenomen

Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.
(Johannes 1 vers 11)

De Heere Jezus is gekomen tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Om deze woorden goed te kunnen begrijpen, moeten we ze wat aanpassen. We zeggen dan: ‘Hij kwam tot Zijn eigen huis, en Zijn huisgezin heeft Hem niet aangenomen’. De Joden waren als het ware Zijn huisgezin. De Heere had hun vader Abraham geroepen. Hij had hen afgescheiden onder de volken om hen tot een bijzonder volk te laten zijn. Hij zei: ‘Zij zijn immers Mijn volk, kinderen, die niet liegen zullen. Alzo is Hij hun tot een Heiland geworden. In al hun benauwdheid was Hij benauwd, en de Engel Zijns aangezichts heeft hen behouden; door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Hij hen verlost; en Hij nam hen op, en Hij droeg hen al de dagen vanouds’.

Hij was de Wolkkolom Die hun vaders leidde door de woestijn. Hij was het ware Brood Dat uit de hemel is neergedaald. Hij was de Rotssteen Die hen volgde. Hij was de ware Izak, het Kind van de belofte. Hij was de profeet Mozes gelijk, evenals David de beminde en Salomo de vredevorst. Hoewel Hij voor de wereld geen gedaante noch heerlijkheid had dat zij Hem zouden begeren, toch had Hij door Zijn eigen Israël wel ontvangen moeten worden als de Roos van Sharon en de Lelie der dalen. Maar zo was het niet. Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.

Ze hebben van Hem geroepen: ‘Weg met Deze, laat ons Bar-abbas los. Weg met Deze, kruis Hem, kruis Hem. Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen’. De oversten hebben Hem bespot. Zelfs de moordenaars hebben Hem beschimpt. Men lasterde Hem, men schudde het hoofd en men gaf Hem edik te drinken. Niet alleen tijdens Zijn omwandeling op aarde en tijdens Zijn sterven, maar ook nu ontvangen de Zijnen Hem niet. O, bedenk toch, zondaar, Wie het is Die u veracht.

Hebt u ooit gezien dat de zoon van een koning zijn klederen en zijn heerlijkheid afdankte, een arme man werd en in alle ellende stierf, en dat alles tevergeefs? Denk u echt, dat de Heere Jezus Christus de liefde van Zijn Vader en de aanbidding van de engelen heeft achtergelaten, dat Hij een worm werd en onder Gods toorn stierf, en dat alles tevergeefs?

Gods toorn ligt op uw ziel! En hebt u dan deze Zaligmaker niet nodig? Waarom stelt u het toch uit om tot Hem de toevlucht te nemen?

Uit: Gestorven voor mij, R.M. McCheyne

Komende bijeenkomsten

Geen evenementen gevonden!