‘O HEERE, God mijns heils ! bij dag, bij nacht roep ik voor U.’
(Psalm 88 vers 2)

Psalm 88 is niet ten onrechte als de somberste van alle psalmen getypeerd. Alle psalmen eindigen zo niet met lof aan God, toch zeker met de belijdenis dat de HEERE uitkomst zal geven. Op die regel vormt Psalm 88 een uitzondering.

Wat is de reden dat de HEERE deze Psalm in Zijn Woord heeft laten opnemen? Wel hier wordt ons duidelijk hoe diep en ingrijpend de nood van Gods kinderen kan zijn en ook wat bij alle nood, ook al zien zij geen uitkomst, hun laatste houvast is. Daarom mogen we blij zijn dat ook deze Psalm in het boek der Psalmen is op genomen. Calvijn schreef in zijn commentaar op Psalm 88 dat de Geest van God hier door de mond van Heman een vorm van troost geeft voor allen wier toestand als het ware wanhopig is. Het is waar dat de ene christen meer last heeft van aanvechting en bestrijding dan de ander. Aan elk van Zijn kinderen geeft God daarvan echter wel een deel. Luther heeft eens opgemerkt dat voor een christen niets zo erg is als aanvechting. Hij kon zich maar één ding voorstellen wat nog erger was, namelijk dat men helemaal niet wist wat aanvechting was. Dat is immers het bewijs dat men geen ware christen is en niets is zo erg dan zonder Christus te zijn. Wie zonder Christus is, mist de ware hoop waarmee een mens nooit beschaamd uitkomt.

Niet al Gods kinderen gaan door dalen even diep als het dal waardoor Heman moest gaan, de dichter van Psalm 88. Iedereen die God vreest, begrijpt echter Heman, ook al waren persoonlijk de aanvechtingen minder hevig. Zeker is dat een kind van God zó bestreden kan worden dat hij echt geen uitkomst meer ziet. Job beleed: ‘Zie, ga ik voorwaarts, zo is Hij er niet, of achterwaarts, zo verneem ik Hem niet.’ (Job 23 vers 8). Dat was ook de situatie van Heman bij het dichten van deze Psalm. Vrienden en bekenden hadden hem verlaten. Hij miste de gemeenschap der heiligen. Heman vreesde dat ook de HEERE niet van hem wilde weten. Hij vroeg de HEERE waarom deze Zijn aangezicht voor hem verborg.

Wat was de concrete nood van Heman? Die wordt niet met zoveel woorden in Psalm 88 genoemd. Waarschijnlijk gaat het om een ziekte die zich al toen hij jong was bij hem heeft geopenbaard. We lezen immers in het zestiende vers: ‘Van der jeugd aan ben ik bedrukt en doodbrakende; ik draag Uw vervaarnissen, ik ben twijfelmoedig.’ Het feit dat de psalmist geen uitkomst ziet, wijst er dan op dat hij ervan uitgaat dat zijn ziekte ongeneeslijk is. Het meest waarschijnlijke is dat wij moeten denken aan de ziekte van melaatsheid. Wie hoorde dat hij melaats was, vernam daarmee feitelijk zijn doodvonnis. Deze in principe ongeneeslijke ziekte, denk aan de geschiedenis van Naäman die tegen alle verwachtingen in herstelde, had ook een geestelijke dimensie. Een melaatse was onrein en mocht niet in de vergadering des HEEREN komen. Hij moest de gemeenschap met God in de tempeldienst missen.

Zo wordt ook duidelijk waarom Heman erover klaagde dat vrienden en bekenden hem in de steek lieten. Heman riep tot de HEERE, maar er leek geen uitkomst te komen. Dat is een ervaring die meerdere kinderen Gods de eeuwen door ten deel is gevallen. In zijn boek de Christenreis beschrijft John Bunyan hoe Christen en zijn metgezel Hoop in het kasteel van reus Wanhoop terechtkwamen. Waarom laat God Zijn kinderen door zulke diepe dalen gaan? Eén van de redenen is dat hij op deze wijze hun geloof wil louteren en verdiepen. De HEERE gebruikt aanvechtingen om Zijn kinderen meer te funderen in Christus. Heman is door een diep dal gegaan. Hoe diep echter ook het dal was waardoor Heman moest gaan, het kan op geen enkele wijze worden vergeleken met het nog zoveel diepere dal waardoor de Zoon van God is gegaan. In Zijn kruislijden werd Hij als Borg en Middelaar helemaal door Zijn Vader verlaten. Hij riep het uit: ‘Mijn God, Mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten?’ De Zoon van God is als Borg en Middelaar door God verlaten, opdat iedereen die in Hem gelooft zou mogen weten dat hij in de hoogste aanvechtingen niet door God verlaten wordt. Daarbij is de HEERE ook meerder dan ons hart en is ons gevoel geen betrouwbare graadmeter. Al voelen Gods kinderen zich van God verlaten, zij zijn het niet.

William Cowper (1731-1800) dichtte zo terecht:

Geliefden Gods, schept nieuwe moed,
de wolken die gij vreest,
zijn zwaar van regen, overvloed
van zegen die geneest
Zoudt gij verstaan, waar Hij u leidt?
Vertrouw Hem waar Hij gaat,
Zijn duistere voorzienigheid
verhult Zijn mild gelaat.

Ds. P. de Vries

Komende bijeenkomsten