Want wat zou het de mens baten, zo hij de gehele wereld won, en zijner ziele schade leed?
(Markus 8 vers 36)

Deze woorden van de Heere Jezus behoren als een trompetstoot in onze oren te klinken. Want het gaat over zaken die van het hoogste en gewichtigste belang zijn: het betreft uw ziel. Wat bevatten deze Bijbelse woorden een ernstige vraag! Wat een ontzaglijke verlies- en winstrekening wordt ons daarin voorgesteld. Waar is de accountant die dit kan overzien? Waar is de knappe wiskundige die door zo’n rekening niet verbijsterd zou zijn?

Om de vraag die de Heere Jezus hier stelt te benadrukken wil ik enkele opmerkingen maken. Ik vraag daarvoor uw aller aandacht. Moge u dieper dan ooit tevoren de waarde van een onsterfelijke ziel beseffen! De eerste stap naar de hemel is het besef van de onschatbare waarde van een onsterfelijke ziel.

1. Uw ziel is onsterfelijk
Mijn eerste opmerking is deze: ieder van ons heeft een onsterfelijke ziel. Ik schaam me er niet voor om met deze woorden te beginnen. Ik durf te zeggen dat zulke woorden velen dwaas en vreemd in de oren klinken. Ik geloof vast dat sommigen zullen uitroepen: ‘Wie weet dat nou niet? Wie twijfelt er nou aan of we wel een ziel hebben?’ Maar ik kan het niet van me af zetten dat de wereld juist nu bezig is haar aandacht in buitensporige mate op materiële zaken te richten.
Wij leven in een tijd van belangrijke ontwikkelingen op allerlei terreinen van techniek, biologie en geneeskunde. De grote massa is in toenemende mate geïnteresseerd in allerlei nieuwe uitvindingen. In onze dagen valt er een verkeerd licht op de dingen van de tijd, terwijl er een dichte mist hangt over de dingen van de eeuwigheid. Juist in een tijd als deze is het de dure plicht van Christus’ dienaren om terug te keren tot de eerste beginselen. De nood is ons opgelegd. Wee ons als wij de mensen de vraag van de Heere betreffende hun ziel niet op het hart binden! Wee ons als wij niet luidkeels verkondigen: ‘De wereld is niet alles. Het leven dat wij nu in het vlees leven, is niet het enige leven. Er is een toekomend leven; wij hebben een onsterfelijke ziel.’

Laten wij als een belangrijk feit in ons geheugen prenten, dat wij allen iets in ons omdragen dat nooit zal sterven. Dit lichaam, dat zoveel van onze gedachten en tijd in beslag neemt om het te verwarmen, te kleden, te voeden en alles aangenaam te maken, dit lichaam is niet de gehele mens. Het is slechts het verblijf van een edele bewoner. En die bewoner is uw onsterfelijke ziel! De dood die ieder van ons éénmaal moet ondergaan, maakt geen einde aan de mens. Als de laatste adem wordt uitgeblazen, het laatste doktersbezoek wordt betaald, wanneer de kist wordt toegesloten en de voorbereidingen voor de begrafenis worden gemaakt, is nog niet alles voorbij. Wanneer de woorden ‘as tot as en stof tot stof’ over het graf zijn uitgesproken, als onze plaats in de wereld weer aangevuld is, en de leemte vanwege ons vertrek uit de maatschappij niet langer wordt opgemerkt, nee, dan is nog niet alles afgelopen! De geest van de mens leeft verder. Iedereen heeft een onsterfelijke ziel in zich.
Ik ga dat niet bewijzen, dat zou enkel tijd verspillen zijn. Het hele mensdom heeft een geweten dat meer waard is dan duizend bovennatuurlijke bewijsredenen. Binnen in u is een stem, die bij tijden luid spreekt en gehoord zal worden. Een stem die ons zegt, of we dat waarderen of niet, dat wij allemaal een onsterfelijke ziel bezitten. Wat geeft het, al kunnen wij onze ziel niet zien? Zijn er niet miljoenen dingen die we met het blote oog niet kunnen zien? Niemand die wel eens door een verrekijker of een microscoop gekeken heeft, zal daaraan twijfelen. Wat geeft het, al kunnen we onze ziel niet zien? We kunnen haar voelen. Als u alleen bent, of op een ziekbed ligt en de wereld buitengesloten is, als u waakt aan het sterfbed van een geliefde, weet u dat u een ziel hebt. Als we zien dat onze geliefden in hun graf gelegd worden, wie kent niet de gevoelens die dan in de geest van de mens opkomen? Wie weet niet dat er op zulke momenten iets in ons hart opkomt, dat ons er nadrukkelijk op wijst: er is een toekomstig leven.

J.C. Ryle

Komende bijeenkomsten

Geen evenementen gevonden!