Belijdenis van schuld

Want ik maak U mijn ongerechtigheid bekend, ik ben bekommerd vanwege mijn zonde
(Psalm 38 vers 19)

Probeer telkens weer een verbroken hart vanwege de zonde te koesteren en te bevorderen. Maak daar een gewoonte van. Denk niet dat dit niet herhaald hoeft te worden, als men het een keer gedaan heeft. U moet niet denken dat het één van de eerste trappen is op uw geestelijke weg, die op uw weg naar de hemel, nooit meer terugkeert als u hem de eerste keer hebt bereikt. O nee! In het natuurlijk leven komen wij huilend in de wereld en als wij die verlaten, huilen wij ook. Zo is het ook in het geestelijk leven. Het begint met tranen van berouw vanwege de zonde en wij beëindigen het met tranen van berouw vanwege de zonde, als wij overgaan in die gezegende staat van zondeloosheid, waar God alle tranen van onze ogen zal afwissen.

Er zijn allerlei redenen die ons ertoe moeten brengen om die geest van nederigheid en berouw, zelfverfoeiing en zelfverwerping te bevorderen en innerlijke doding en uiterlijke nederigheid in onze houding, die kenmerkend zijn voor het bestaan van Goddelijk leven in onze ziel, te koesteren. Wij denken hierbij aan het volgende: alle boosheid die in ons woont; de verdervende natuur van de wereld waarin wij op reis zijn; ons voortdurend blootstaan aan allerlei verzoekingen; de vele gevallen waarin wij aan deze verzoekingen toegeven; de altijd doorgaande ontwikkeling van de zonde die anderen niet zien, niet weten en zelfs niet vermoeden; de zonde waarmee al ons doen en laten bezoedeld is, zelfs de meest geestelijke, heilige en hemelse verrichtingen en het ons bewust zijn van wat een heilig God elk ogenblik wel in ons moet zien.

En wat drijft een zondaar eveneens om telkens weer naar het verzoenende bloed te gaan? Wat maakt de Zaligmaker Die dat bloed stortte zo dierbaar? Wat maakt Zijn vlees waarlijk tot spijs en Zijn bloed tot drank? Wat houdt het geweten teer en rein? Wat stelt de gelovige in staat om als een lief kind met God te wandelen? O, is het niet de oprechte boetvaardigheid van de nederige geest, die voortkomt uit een blik op het kruis van Jezus en die door het kruis leidt tot het hart van God?

Verachterde christen, voelt u in uw hart berouw en verdriet opkomen? Treurt u over uw afdwalen en verafschuwt u de zonde die u van Christus aftrok, die de Geest bedroefde en uw eigen vrede verwondde? Verlangt u ernaar om weer te mogen grazen in de groene weiden van de kudde, aan de zijde van de Herder, opnieuw verzekerd dat u een waar schaap bent, dat tot die ene stal behoort, die het hart van Hem, Die Zijn leven aflegde voor de schapen kent en bemint? Ga dan naar het altaar van Golgotha en leg daar het offer neer van een gebroken en verslagen hart en uw God zal het aannemen. De deur om terug te keren, namelijk het doorstoken hart van Jezus, staat open. De gouden scepter, dat is de uitgestoken hand van een verzoende Vader, Die zegt dat u moet komen, is uitgestrekt. Het feestmaal is klaar, de zangers stemmen hun harp om de terugkeer na uw zwerftochten, naar het hart van uw Vader en naar huis te vieren, met de blijdschap van het feestgedruis en met de stem van dankzegging en gezang.

Octavius Winslow