- " Ja, zalig zijn degenen die het Woord Gods horen en hetzelve bewaren " Lukas 11 vers 28
Feest van de vervulling
‘En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest.’ (Hand. 2:4a)
Pinksteren wordt wel genoemd het feest van de vervulling. We lezen in de Pinkstergeschiedenis van vervulde dagen, van een vervuld huis, maar ook van vervulde harten. Gods Geest neemt met Pinksteren ten volle bezit van de gelovigen. Nu komt God Zelf, God de Heilige Geest, ín hen wonen. De Heilige Geest, als de Verheerlijker van de Vader en de Zoon, neemt ten volle intrek in het hart van Zijn Kerk. Hij past de volle zegen van Christus’ zoen- en kruisverdiensten toe. Zodat de ziel persoonlijk vervuld wordt met de zalige kennis van de Drie-enige God. Als de Geest der aanneming tot kinderen, doet Hij roepen: Abba, Vader. Dat is Pinksteren: feest van de vervulling.
Wat een wonder: Vervuld te worden met de Heilige Geest. Want van nature is het mensenhart ‘te allen dage alleenlijk boos’. Zo zijn wij: Vol van de aarde en leeg van de hemel. Vervuld met wat van beneden is. Vervuld met een heel andere geest. Die van de boze. Maar zie nu met Pinksteren hoe krachtig Gods Geest werkt. De Pinksterlingen ontvangen verslagen harten. Dode zondaren worden levend gemaakt. Zij worden een nieuwe schepping. Zoals dat wonder zich toen voltrok onder de prediking van de apostel Petrus, zo wil Gods Geest het gepredikte Woord ook nu nog gebruiken. Tot verheerlijking van de Vader en de Zoon, in het hart van zondaren. Wanneer Gods Geest in ons hart gaat werken, gaan we God missen. Hij maakt arm van geest. Als een reinigende Geest brandt Hij de zonden weg en doodt Hij de lust tot de zonde. Hij wekt een honger en dorst naar Gods gerechtigheid. Hij verbreekt het hart en maakt verslagen van geest. Hij overtuigt van zonde, van gerechtigheid en van oordeel.
Kent u die werkingen van Gods Geest? Maar ook dit: dat uw hart uitgaat naar Christus? Dat Zijn bloed op u werd gesprenkeld in uw schuldverslagenheid? Dat u door Hem iets mocht proeven van de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat? Wat hebben wij allen de Heilige Geest nodig. Hij leidt in al de Waarheid. Hij neemt het uit Christus en past toe aan de ziel - wat wij onszelf nooit kunnen geven. Zo worden zondaren herschapen naar Zijn beeld, geschapen in Christus tot goede werken. Mag u door genade uw naam al invullen? ‘En ... werd vervuld met de Heilige Geest?’
Bij wie woont de Heilige Geest? In de Pinkstergeschiedenis zien we: bij een biddende gemeente. Zij waren volhardend bijeen, smekend en verwachtend, sinds de hemelvaart van Christus. Zij wisten niet wanneer het zou geschieden, maar wel dát het zou geschied. En het ís geschied: ‘En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest.’ Bent u of ben jij nog vreemd aan die vervulling? Buig dan de knieën. Bid en smeek: ‘Heere, maak mij leeg, want mijn hart is zo vol. Er is geen plaats voor Uw Geest.’
Nee, dat ligt niet aan Hem, maar aan ons. Stéfanus zei: ‘Gijlieden wederstaat altijd den Heiligen Geest.’ Dat tekent onze diepe vijandschap. Maar die vijandschap is voor God niet te groot. Gods Geest kan haar verbreken en overwinnen. Hij maakt van vijanden vrienden. Hij werkt onwederstandelijk. Waar Hij werkt en woont, daar gaat een mens spreken van Gods grote werken. Daar wordt Christus dierbaar. Daar wordt u vol van Hem, vol van God. Daar vloeit de mond over van Gods eer. En daar ontstaat het verlangen dat ook anderen van het ontvangen heil en van de geschonken weldaden deelgenoot zullen worden.
Eens zullen allen die vervuld bleven met de wereld, het vlees en de satan, voor eeuwig verloren gaan. Maar zij die vervuld werden met de Geest van Pinksteren, zullen eenmaal volmaakt worden. Zij zullen onder de Gemeente der uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt gesteld worden. Om God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest eeuwig te loven en te prijzen. Hier is er de vervulling, - maar dán de volmaaktheid! ‘Drie-enige God, U zij al de eer.’
Ds. . D. Zoet, Kesteren