- " Ja, zalig zijn degenen die het Woord Gods horen en hetzelve bewaren " Lukas 11 vers 28
‘En als hem Aquila en Priscilla gehoord hadden, namen zij hem tot zich, en legden hem de weg Gods bescheidenlijker uit.’
Handelingen 18: 26b
Hemels onderwijs
Het echtpaar Aquila en Priscilla is met Paulus meegereisd uit Korinthe naar Efeze. Paulus ging spoedig verder, want hij moest voor het feest in Jeruzalem zijn. Om de christenen in Efeze te bemoedigen en te ondersteunen liet hij Aquila en Priscilla daar achter. Terwijl zij daar zijn, verschijnt ineens Apollos. Wij kunnen niet anders zeggen dan dat dit in de weg van Gods voorzienigheid is. Apollos had de ontmoeting met Aquila en zijn vrouw nodig om dienstbaar te zijn in het Koninkrijk van God. Hij was een geleerd man, machtig in de Schriften en zeer welsprekend.
Hij had uitzonderlijke gaven van de Heere ontvangen om deze in te zetten tot de uitbreiding van Zijn Koninkrijk. Maar als Aquila en Priscilla hem horen preken, dan missen zij wat. Vinden zij dat dit moet worden gezegd in de preek? Of dat Apollos geen Bijbelse preek hield? Apollos was een geleerd en welsprekend man, maar het echtpaar neemt Apollos ‘tot zich’. Zij, eenvoudige handwerkslieden, nemen deze gestudeerde man in hun huis, om hem te onderwijzen. Gaat Apollos dat accepteren? Zowel van hem als van Aquila en Priscilla kan worden gezegd, dat zij, door de genade hen geschonken, de koninklijke weg bewandelen. De een wil de ander leren en de ander wil onderwezen worden.
Apollos had geweldige kennis van de Schriften, maar hij wist ‘alleenlijk van de doop van Johannes.’ Was hij dan geen oprecht kind van de Heere? Moeten en kunnen we daar een oordeel over vellen? Johannes was de wegbereider van de Heere Jezus. Hij preek- te scherp het oordeel van de wet. Maar hij mocht ook heenwijzen naar het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt (Joh. 1: 29). Maar het Lam was nog niet geslacht en was nog niet, als de Leeuw uit de stam van Juda, opgestaan en verheerlijkt. En daarom was de Heilige Geest nog niet uitgestort. Johannes wist nog niets van Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. En Apollos ook niet. En daarom was het voor hem nodig om ‘bescheidenlijker’ de weg Gods uitgelegd te krijgen, zodat hij dat ook voor zijn eigen hart en leven mocht kennen en beleven. Het woord dat hier in de grondtaal wordt gebruikt voor ‘bescheidenlijker’ betekent letterlijk: nauwkeuriger. Hij moest meer zicht krijgen op het werk en de Persoon van Christus. En dat heeft niet alleen Apollos nodig, maar dat heeft iedere ware christen nodig en als het goed is, staat hij naar meerdere kennis van Christus. Dat zal zijn prediking ten goede komen. Het moet steeds weer op Christus aan, tot rechtvaardiging, tot heiliging en tot verheerlijking. Dan is de Heilige Geest nodig om het toe te passen aan het hart.
Apollos was vurig van geest. Het was veel vuur, maar weinig licht. Het was een wettische geest die hem dreef en daarom moest hij nog zoveel. Dan kan er droefheid zijn over de zonde, maar dat is een wettische boetvaardigheid. Hij moest leren dat Christus voor hem de dood was ingegaan en daarmee de dood had overwonnen. Dan komt er een evangelische boetvaardigheid. Daarmee komt een einde aan onze werken en bevinding en mogen wij rusten op het volbrachte werk van Christus. Steeds is het weer nodig om dat te leren, omdat ons vlees een andere kant op wil. Het leven van de ware christen is een stervend leven, opdat de Heere alle eer krijgt en het bloed van Christus ons steeds dierbaarder wordt. In die weg krijgen de heilsfeiten meer waarde en gaan we uitzien naar het overdenken van het lijden van Christus in de lijdenstijd en het hoogtepunt ervan is op Goede Vrijdag.
Christus is niet in het graf gebleven, maar Hij is verheerlijkt, zodat de Heilige Geest kan worden uitgestort. En daar moest Apollos, en wij allen, het van hebben. Daarom had hij Goddelijk onderwijs nodig!
Ds. R. van de Kamp, Opheusden